Het lidwoord, meervoud
Het Nederlands kent twee bepaalde lidwoorden:
de,
mannelijk of vrouwelijk en alle meervoud
het, onzijdig en de verkleinwoordjes
In het Frans werkt het op de volgende manier:
Le voor mannelijke zelfstandignaamwoorden
La voor vrouwelijke zelfstandignaamwoorden
Les voor alle zelfstandignaamwoorden die in het meervoud staan.
|
Le copain de David
|
De vriend van David
|
|
La maison de David
|
Het huis van David
|
|
Les copains de David
|
De vrienden van David
|
De lidwoorden un en une worden in het meervoud des. In het Nederlands gebruik je dan helemaal geen lidwoord.
|
Un copain de David
|
Een vriend van David
|
|
Une copine de David
|
Een vriendin van David
|
|
Des copains de David
|
Vrienden van David (Pas
op "des" vertaal je dus niet!)
|